Brein in staking
De meeste mensen die dicht bij me staan, weten dat ik een tijdje uit de lucht ben geweest.
In korte tijd volgden er een paar intensieve gebeurtenissen, waardoor mijn brein in de verdediging schoot. Het besloot: Dit was te veel. We gaan een groot deel van de normale verbindingen stopzetten. Alle positieve scenario’s, al het genieten, het sociale, de interesse in anderen, het plezier in eten en drinken: on hold. En wacht… kap ook maar met die concentratiespanne, verklein de woordenschat en pauzeer de focus. Ik heb alle energie nodig voor het deel van het brein dat nog over is.
En het ging nóg verder. Er was zelfs zó veel energie nodig in dat kleine stukje dat nog wel actief was, dat er niets meer overbleef voor een blokje om, voor haren wassen of voor de wc schoonmaken.
Glijdende schaal
Deze kaping door depressie schoof er ongemerkt in, in een handvol weken.
Eerst dacht ik: ik ben gewoon wat overwerkt, ik moet rust pakken. Maar al snel was het niet alleen de vermoeidheid. Het waren ook alle beperkingen die mijn brein me oplegde. De dagen gingen van even bijkomen naar: ik heb geen lichamelijke en mentale energie om deze dag door te komen.
Ik heb veel geleerd in deze periode. Daar vertel ik jullie vast vaker over.
Keer op keer
Een van de grote redenen waarom ik hier nog zit, is wat ze bij de GGZ ‘mijn systeem’ noemen: mijn vangnet. Het was divers en aanwezig. Het groepje mensen dat om me heen ging staan om me op te vangen, heeft mijn leven gered.
Mijn fanclub bleef bij me slapen toen we van dag tot dag leefden. Ze reden me soms dagelijks naar het ziekenhuis voor de honderden afspraken. Ze kwamen langs om me gezelschap te houden op de uren dat het niet verstandig was om in bed te blijven liggen. Ze kookten en zetten het eten voor me neer, zodat ik – met tegenzin – drie keer per dag at en wat dronk.
We speelden eindeloos het spelletje Keer op keer om mijn negatieve denken twintig minuten het zwijgen op te leggen. Ze wasten mijn haren, verschoonden mijn bed – vies van het nachtzweten door de nachtmerries – en kwamen zelfs mijn wc schoonmaken. De lijst is eindeloos. Mijn fanclub ging om me heen staan en liet me niet los.
Menselijke lifeline
Dankzij dit kleine groepje mensen lukte het om door het diepste stuk heen te komen. Ze hielpen me letterlijk de periode door die nodig was om medicatie te vinden die aansloeg, met bijwerkingen die draaglijk waren. Zij waren mijn menselijke lifeline.
Met de vereenzaming van de laatste tijd kan ik alleen maar zeggen hoe rijk ik ben. Zó rijk, dat als ik mentaal uitglijd, zij me onder mijn oksels beetpakken en me dragen tot ik weer grond onder mijn voeten heb.
Ik ben inmiddels 120 stappen verder en heb die fanclub allang niet meer als eerste nodig. Maar ik weet dat ze er zijn als het wél nodig is. En soms kan dat het verschil betekenen tussen leven en dood. Bedenk voor jezelf wie jouw fanclub zou kunnen zijn. En bedenk ook voor wie jij in de fanclub zou willen zitten. Want samen staan we sterker—cringe, maar waar.